Harry Potter and the Cursed Child,
het script

harry potter and the cursed child jk rowling Toen bekend werd dat het script voor Harry Potter and the Cursed Child in boekvorm ging uitgegeven worden, dan kon ik – grote Harry Potter-fan zijnde – niet anders dan het boek bestellen.
Door een probleem bij de levering kreeg ik, tot mijn grote frustratie, het boek pas een week later dan de meesten, maar van zodra ik het in handen kreeg begon ik erin te lezen. Ik las het uit in één sessie en bleef dan een beetje verweesd achter. Mijn gedachten maalden maar rond en rond, maar ik slaagde er niet in om er een samenhangend geheel van vormen. Als ik er één overheersende gevoel op moet plakken, dan is het zeker ontgoocheling. Het boek kwam zelfs op mijn lijst van de drie minst graag gelezen boeken van 2016.

Gedurende de weken na het uitlezen probeerde ik een degelijke recensie te schrijven, gebruik makend van de vele onsamenhangende zinnetjes die ik had neergepend. Ik had zelfs zaken ingesproken op mijn gsm om ze niet weer te vergeten. Maar ik bleef worstelen om er een coherent geheel van te maken.
En zo gingen de maanden voorbij.
De plannen om het toneelstuk ook in levende lijve te gaan zien waren al gemaakt nog voor ik het script had gelezen. We zouden op 8 maart 2017 de twee delen van de voorstelling gaan bekijken. Ondanks het feit dat ik wel wat problemen had met het script, zag ik er enorm naar uit. Ik wou weten hoe ze dat in godsnaam tot uitvoering gingen brengen.

Naarmate de datum van het stuk dichterbij kwam wou ik opnieuw proberen mijn originele gevoelens bij het lezen van het droge script in een bespreking te gieten. Toen het mij weerom niet lukte, plande ik om eerst nog eens het script te herlezen, maar ook die trein miste ik.
Daarna was ik eigenlijk gewoon van plan er één grote recensie van te maken, enerzijds mijn gevoelens bij het lezen van het script en anderzijds mijn reactie na het zien van de opvoering.

Echter, nu ik het stuk daadwerkelijk in zijn volle glorie – het script in zijn bedoelde vorm – heb gezien, vind ik dat geen goed idee meer. Mijn meningen na het lezen van het script en deze na het zien van het toneelstuk zijn quasi elkaars tegenpolen. Daarom ga ik terug naar mijn originele plan met twee afzonderlijke berichten.
Vandaag probeer ik eindelijk eens mijn gedachten en emoties na het lezen van Harry Potter and the Cursed Child, the Script – door Jack Thorne en NIET J.K. Rowling – te ordenen in een deftige recensie.

Vrij van spoilers

Er hangt een grote gemeenschapszin rond het geheimhouden van de grote plotlijnen voor diegene die het niet willen weten. Op socialmedia gaat dit de ronde onder de hashtag ‘keepthesecrets’. Natuurlijk wil ik de ervaring voor niemand verpesten en ga daarom eerst mijn positieve en negatieve punten over dit script delen zonder te veel te verklappen.

Wat ik minder vond:

  • Mijn grootste negatieve punt is toch wel de plotgaten in dit verhaal, vooral met de canon van de Harry Potter-boeken in het achterhoofd.
  • De ontwikkeling en acties van sommige personages is echt onverwacht en klopt totaal niet met de personages die we kennen
  • Heel wat personages komen niet voor in het verhaal en worden zelfs niet vermeld

Positief vond ik dan weer:

  • De achtergrond die we bij een aantal oude personages te lezen krijgen
  • Scorpius Malfoy.
  • Scorpius Malfoy.
  • En ook nog: Scorpius Malfoy.

Zoals al gezegd was ik vooral ontgoocheld in dit boek. Voor mij was het volledig verkeerd om dit de achtste Harry Potter te noemen. Het zal wel het marketingteam geweest zijn, maar deze titel schept echt wel verwachtingen die het script voor mij helemaal niet inlost.

Spoilers! #keepthesecrets

Ik ga nu in meer detail inzoomen op de verschillende aspecten in het script. Als je het dus nog niet hebt gelezen en helemaal niks over wil weten, stop dan NU met lezen!!

Als je dit nog leest wil dit dus zeggen dat je geen probleem hebt om meer te weten te komen over de inhoud van het verhaal. Als dit niet het geval is, is dit je laatste waarschuwing!

De premisse

Harry Potter and the Cursed Child begint daar waar het laatste Harry Potter boek eindigde. De eerste dialogen komen zelfs bijna letterlijk uit het laatste hoofdstuk van The Deathly Hallows.

Negentien jaar na de strijd voor Hogwarts staat het Gouden Trio op Platform 9¾ om hun kinderen, die naar Hogwarts vertrekken, uit te zwaaien. Harry’s tweede zoon, Albus, is klaar voor zijn eerste schooljaar en zit vol twijfels en angsten. We spoelen vrij snel doorheen Albus’ eerste drie jaren in Hogwarts en zien in een stroomversnelling hoe zijn relatie met vader Harry verzuurt. En dan ontdekt Albus het bestaan van een timeturner en steekt hij een geschift plannetje in zijn hoofd: hij wil die timeturner gebruiken om terug te keren naar de tijd van The Goblet of Fire om Cedric Diggory te redden.

Er komt nog veel meer bij te kijken, maar dit vat de premisse min of meer samen. Harry Potter and the Cursed Child gaat dus over tijdreizen, een concept dat mij fascineert en waar ik altijd graag over lees, mits goed gedaan.
Dus qua premisse zat het wel goed voor mij. En globaal gezien vond ik het verhaal wel goed. Ik zou er veel minder ontgoocheld door zijn geweest als het niet werd geschreven met personages die ik al zo goed ken. En dat brengt mij bij de eerste reeks gedachten bij dit script: de behandeling van zijn personages.

Karakterisatie

Ik heb een paar bedenkingen over hoe bepaalde reeds bekende personages naar voor werden gebracht en dan vooral het Gouden Trio.
Bij het formuleren van mijn gedachten hierover, heb ik mij beperkt tot de echte personages, uit de juiste tijdlijn; en niet deze uit de alternatieve tijdlijnen. Met die alternatieve personages had ik soms ook wel wat problemen, omdat ze soms heel sterk veranderd waren ten opzichte van hun originele personage. Maar gezien we eigenlijk niet echt weten wat ze precies allemaal hebben meegemaakt nadat een bepaalde gebeurtenis in het verleden werd veranderd, kan ik wel aanvaarden dat dit een effect op hen kan hebben gehad dat soms heel ingrijpend was. Het vlindereffect en al.

Het personage uit het script waar ik het meest van ben geschrokken, was Ron Weasley.
De manier waarop hij hier werd geportretteerd was zo ondankbaar en grof. Ron was gewoon de stuntelende idioot, ingevoegd voor komisch effect. Het was alsof Ron geen enkele waarde heeft gehad, geen enkele bijdrage had geleverd, geen enkel aandeel heeft gehad bij het slagen van het Trio. Het spreekwoordelijke derde wiel aan de wagen. Voor mij was deze Ron veeleer een kruising tussen de Ron uit de films en Fred Weasley, en helemaal niet de Ron uit de boeken. Ik was hier echt kwaad en verontwaardigd over. Zo afschuwelijk jammer.

Bij Harry Potter ben ik ook een paar keer ineengekrompen. Vooral dan wanneer er ingezoomd werd op zijn relatie met Albus en dit naar een kookpunt wordt gebracht door zijn schreeuwen dat hij soms wou dat Albus niet zijn zoon was.
Wat?! Hoe kan Harry Potter, de jongen die zijn ganse jeugd in een liefdeloos gezin heeft doorgebracht, die snakte naar ouders en hen ook zag in de mirror of Erised, deze woorden tegen zijn eigen zoon zeggen? Mensen zeggen soms grove dingen wanneer ze kwaad zijn, maar dat Harry nu net dat zegt, dat kan ik echt niet rijmen met zijn personage en verleden.

Hermione Granger was min of meer zichzelf. Bij haar karakterisatie heb ik niet echt problemen gehad. Waar ik wel problemen mee had was Hermione’s beslissing om de timeturner in haar kantoor te bewaren in plaats van die te vernietigen. Hoe ongeloofwaardig is het nu niet dat Hermione Granger, één van de slimste heksen van haar generatie, een gevaarlijk, gegeerd artefact gewoon eventjes in haar bibliotheek verbergt, beschermd door raadseltjes die een paar tieners zo op één-twee-drie kunnen oplossen? Neen, gewoon neen. Aan de andere kant, als ze dat niet had gedaan, hadden we natuurlijk geen verhaal gehad 😉

Ten slotte is er nog, van de reeds gekende personages, Draco Malfoy waar ik iets over wil zeggen.
Het verdere uitdiepen van zijn personage heeft me heel aangenaam verrast. Hoe hij sprak over leven met zijn vader en hoe dit zich nu vertaalt naar de relatie die hij met zijn zoon heeft is gewoon hartverwarmend en zo leuk om te lezen. Ik had soms wel het gevoel dat hiermee aan fan service werd gedaan, maar desalniettemin vond ik het een leuke ontwikkeling en min of meer passend in het beeld dat ik al van Draco had.

Daarnaast werden in het verhaal nog een heel deel nieuwe personages voorgesteld, voornamelijk dan de kinderen van de hierboven vernoemde personages.

Eerst maken we kennis met Albus Potter, de tweede zoon van Harry met Ginny Weasley.
Hij is het hoofdpersonage van het boek en hoewel ik in het begin geïntrigeerd was door zijn personage, door zijn verwachte-onverwachte sorting en de gevolgen daarvan, haalde ik mijn neus meer en meer op naarmate het verhaal vorderde. Ik vond hem eigenlijk maar een zeurderige, egoïstische tiener, die extreem domme, domme keuzes maakte en er dan ook quasi ongestraft vanaf komt. Natuurlijk begrijp ik ook wel dat een script je niet zo vertrouwd kan maken met de motieven van een personage als een boekenreeks, maar toch, voor een ander personage, diegene uit de volgende paragraaf is dit toch wel aardig gelukt.

Hoewel ze ons willen doen geloven dat Albus Potter de ster van het verhaal is, is de echte ster ongetwijfeld Scorpius Malfoy, zoon van Draco.
Dit is beslist het meest beminnelijke en meest echte personage uit dit verhaal. DE reden waarom dit script alsnog een succes kan worden genoemd, omdat we hem leerden kennen.
Scorpius is een nerd, maar niet op het betweterige af. Hij is sociaal onhandig, grappig, eenzaam en onbegrepen. Hij wil niks liever dan een echte vriend hebben en die krijgt hij ook in Albus. De twee worden onafscheidelijk in zo’n mate dat sommigen er graag een homoseksuele relatie in willen zien. Daar stoor ik mij eerlijk gezegd een beetje aan. Kunnen mannen/jongens geen hechte band opbouwen, zonder dat daar meer in moet worden gezien?
Maar bon, Scorpius steelde voor mij de show in het verhaal. Ik denk dat Scorpius het enige personage uit het ganse script is dat J.K. zelf schreef en niet Jack Thorne. Je voelt zo haar hand in hoe met weinig woorden, zoveel voeling met een personage wordt opgeroepen.

Als laatste nog snel iets over Rose Weasley, de dochter van Ron en Hermione. Ze komt amper in het verhaal voor, maar het weinige wat we van haar zien maken me niet echt warm voor haar.
Ze is slim en een beetje een betweter, zoals haar moeder ook was, maar daarnaast is ze extreem vooringenomen en handelt ook naar die vooroordelen. Vooral dat laatste deed me mijn interesse in haar wat verliezen. Vreemd dat Scorpius dan net op zo iemand verliefd wordt…

Vermist

Harry Potter en de Cursed Child is vrij rijk aan personages, oud en nieuw. Toch was ik verbaasd sommige personages niet te zien of zelfs niet horen vermelden.
Als je iets gaat aanprijzen als zijnde de achtste Harry Potter, dan kan je niet zomaar een hele hoop personages naast je neer leggen, vind ik.
Waar was Teddy Lupin, die nochthans ook in de epiloog van The Deathly Hallows zat? En Hugo Weasley? Luna Lovegood? Neville Longbottom? George Weasley? Mr. & Ms Weasley? En ik kan zo nog wel een tijdje doorgaan.
Sommige werden wel even vermeld, maar personages zoals Luna en Teddy waren compleet vermist. Ik begrijp heel goed dat een toneelstuk geen duizend-en-een personages kan laten opdraven, maar ze zelfs niet even vermelden? Neen.

Plotgaten en -elementen

Dit script bevat toch wel een paar plotgaten. Of toch gebeurtenissen die niet lijken te kloppen met eerdere verhaallijnen uit de Harry Potter wereld.

Het meest schrille, moeilijk te slikken plotgat is één van de grote geheimen uit dit boek, namelijk de ware identiteit van Delphi Diggory. Delphi zou namelijk de geheime dochter zijn van Bellatrix Lestrange en Lord Voldemort, geboren net voor het laatste gevecht uit boek 7. Quasi niemand heeft weet van haar bestaan. Er zijn wel geruchten dat dat Voldemort een kind zou hebben, maar niemand lijkt dit echt te willen geloven.

Alleen al de gedachte dat Voldemort een kind verwekt zou hebben doet mij rillen.
Moeten wij geloven dat Voldemort seks had, nadat hij Voldemort werd? Voor mij was Voldemort een personage dat boven dergelijke handelingen stond. Hij was zo onwezenlijk, zo onmenselijk, dat het mij onmogelijk voorkwam dat hij ook maar enig gevoel of enige drang had.
En dan ook nog eens beweren dat dit was omdat hij een erfgenaam wou maakt het voor mij dubbel ongeloofwaardig, gezien het ganse doel van Voldemort de onsterfelijkheid was. Wie heeft nood aan een erfgenaam als je van plan bent eeuwig te blijven leven?

De timing van Delphi’s geboorte doet de wenkbrauwen ook rijzen.
Ze zou geboren zijn vlak voor the battle of Hogwarts, wat zou betekenen dat Bellatrix doorheen een groot deel van boek 7 zwanger was. Dat dit niet zichtbaar was voor het trio op het moment van de gebeurtenissen op Malfoy Mannor lijkt mij moeilijk te geloven. Maar dat nog terzijde, waarom heeft Hermione niet gemerkt dat Bellatrix zwanger was toen ze haar naspeelde met polyjuice potion?
Wat ook moeilijk te bevatten is, is dat de Malfoy’s niet op de hoogte waren van Bellatrix toestand. Ze woonden toch samen en ze zou zelfs bevallen zijn op Malfoy Mannor.
Dus ja, dit rammelt van alle kanten voor mij.

Een tweede plotelement waar ik het moeilijk mee had was Harry’s litteken. Doorheen het verhaal zijn er verschillende scènes waarbij Harry beweert dat zijn litteken pijn doet.
In de boeken werd de stekende pijn die Harry in zijn litteken voelt, verklaart door de Horcrux die erin zit. Toen dit stukje van Voldemorts ziel werd vernietigd, werd het litteken een gewoon litteken. Dat Harry er nu weer dezelfde pijn in voelt als toen het nog een Horcrux was, lijkt niet te kloppen volgens mij.

Ook het feit dat Harry plots weer Parseltongue spreekt vind ik moeilijk. Harry kende de slangentaal net doordat een stukje van Voldemore in hem leefde. Toen dit werd vernietigd, verloor hij die vaardigheid, maar nu zou jij die dus terug hebben.

En dan de Deus-ex-Machina timeturner ging er voor mij ook over.
De timeturner die de jongens hadden gebruikt werd vernietigd, waardoor ze gevangen zitten in het verleden. Harry en co willen hen redden, maar ja, dat was de laatste bestaande timeturner.
Of toch niet! Ach neen, de Malfoys moeten altijd het beste van het beste hebben, dus zij hebben ook een timeturner en dan nog eentje zonder beperkingen. Hip-hoezee!
Nope, neen, net iets te gemakkelijk.

Nog willekeurige gedachten

Bij iedere wisseling van scène, bij iedere tovertruc: “Huh? Hoe gaan ze dit in godsnaam in beeld brengen?”

Wat was dat met de trolleywitch? Wat? Wat?!

De conversatie tussen Ginny Weasley en Draco Malfoy over hun jaloezie over de vriendschap tussen het Gouden Trio: schoon! En zo tekenend voor die personages.

De profetie van Delphi: Waarom weet niemand daar iets van, maar nemen ze het gewoon aan als een echte profetie gewoon maar omdat ze op haar muur staat? Raar…

Harry die Voldemort speelt: Ugh, neen.

Dit de achtste Harry Potter? Neen, nope, non, nein, in geen geval.

Phewie!

Hèhè, eindelijk is het mij gelukt om een semi-leesbare recensie te schrijven voor dit script! En dat meer dan 7 maanden nadat ik het las. Dit zal wel een soort record zijn of zo.
Dit is dan ook een monster van een bericht geworden en naar mijn gevoel heb ik nog niet alles aangebracht. Maar bon, het moet een keer gedaan zijn. Als het nog te chaotisch is of als er te veel schrijffouten in staan: foert! Dit is het en blijft het. Anders komt het er nooit meer van!

Zoals ik al zei in het begin van dit ellenlange bericht, heb ik ondertussen dit stuk ook in het echt gezien.
Dit heeft mijn mening over dit script eigenlijk helemaal veranderd. Het toneelstuk was echt glorieus! Maar dit zal ik, ook zoals gezegd, in een later – waarschijnlijk even monsterachtig lang – bericht delen!

Lazen jullie dit script? En wat vonden jullie ervan? Wie gaat het toneelstuk zien of heeft het al gezien?

Groetjes,
Charlotte

Hoe lang?

Heel regelmatig krijg ik de vraag hoe lang ik gewerkt heb aan dit of dat handwerkje. Meestal haal ik dan mijn schouders op. Geen idee, het is niet dat ik met een stopwatch naast mij zit te haken of breien. Gezien ik die vraag onlangs weer kreeg, besloot ik om het eerstvolgende vrije moment nu net dat eens te doen: iets haken met de stopwatch.

Het was toen ik op een vrijdagmiddag in de lunchpauze met een collega eens binnenliep in een winkel met kinderkledij. Daar hing een zomers jurkje met gevleugelde mouwen dat mij meteen deed denken aan het allereerste kledingstuk dat ik ooit maakte, een roze prinsessenjurkje.

Ik toonde de foto aan de collega en hierop volgde de vetrouwde vraag:”Amai, daar heb je ook veel werk aan, zeker?”
Nu wilde het dat volgens mijn geheugen dit jurkje bijzonder snel werd gehaakt, dus antwoordde ik vrij zelfzeker:”Goh, eigenlijk niet neen. Een uurtje of zo?
Hierop volgden wat blikken en geluiden die op ongeloof duidden, maar ik bleef erbij dat het echt wel niet veel werk was geweest.

Meer dan anders eigenlijk bleef die vraag van hoe lang door mijn hoofd malen, zo veel zelfs dat ik de daaropvolgende zaterdagnamiddag in de wolbakken dook op zoek naar een geschikte wol om een nieuwe versie van ditzelfde jurkje te haken.

Ik zette mij klaar in de zetel met het patroon, de wol, haaknaald, en bovenal mijn gsm met stopwatch.
Toen ik begon te haken was ik er nog steeds van overtuigd dat ik maar een uur, misschien iets meer, nodig ging hebben om het te haken. Al snel bleek echter dat tijdsbesef wanneer je iets doet wat je graag doet niet altijd heel accuraat is. Na een klein uurtje zag ik dat mijn inschatting er wel heel ver naast zat, want ik was zelfs nog niet eens aan de mouwen aangekomen!

De tijd die daarop volgde bleef ik met de stopklok haken. Wanneer ik pauzeerde om naar het toilet te gaan of gewoon om even mijn handen te laten rusten, pauzeerde ik tegelijkertijd de stopwatch.
Het uurtje haken werden er twee, daarna drie en vervolgens vier. Toen ik de laatste hand had gelegd, de draadjes had geknipt en weggewerkt, klokte ik af op toch wel het viervoudige van wat ik had verwacht.

Het eindresultaat had niet geleden onder de tijdsdruk. Tijdens het haken probeerde ik daar niet teveel aan te denken en te haken zoals ik anders doe. Ik heb geen ander tempo aangehouden dan anders en ik heb ook niet slordiger gehaakt of zo. Het was precies gehaakt als ik anders zou haken, alleen heb ik het in één sessie gehaakt, wat ik anders misschien niet had gedaan.
Zo werd het jurkje min of meer een kloon van de eerste versie, al maakte ik deze iets langer.

    

Conclusie: Als je iets graag doet, dan gaat de tijd sneller dan je beseft. Dat weten we dan ook alweer! En ik weet nu wat ik moet antwoorden als ik nog eens die vraag krijg van hoe lang 😉

Groetjes,
Charlotte

Gelezen in februari

Februari was net als januari een vrij goeie leesmaand. Naar het einde toe werd het weer wat minder, maar uiteindelijk las ik toch drie boeken in deze korte maand.

Lena Coakley – Worlds of Ink and Shadow ★★★

Worlds of Ink and Shadow was een boek dat ik kocht via één van mijn Owlcrate aankopen. Toen ik de eerste keer de korte inhoud las had ik het niet meteen door, maar plots viel mijn frank: dit is een historische fantasieroman met de Brontës – die van o.a. Jane Eyre en Wuthering Heights – in de hoofdrol.

De Brontës – Charlotte, Branwell, Emily en Anne – zijn onafscheidelijk. Niet moeilijk om zo’n band op te bouwen, wanneer je helemaal geïsoleerd op de heide woont met enkel elkaar als gezelschap. Dankzij hun levendige fantasie kunnen ze hun grijze bestaan ontsnappen. Letterlijk zelfs wanneer hun geschreven wereld rondom hen tot leven komt en ze kunnen interageren met de door hen verzonnen personages. Maar de prijs die ze hiervoor betalen is niet te min. Wanneer broer Branwell op het randje van waanzin balanceert en de zussen hun echte leven aan zich voelen voorbij glippen, moeten ze uitmaken of het sprankelende Verdopolis en het romantisch, melancholisch Gondal die prijs wel waard is. En dan weigeren hun personages – de dreigende Rogue en zwierige Hertog van Zamorna – hen te laten gaan.

Op basis van deze korte inhoud had ik iets helemaal anders verwacht, iets saaier en veel minder dan wat ik uiteindelijk kreeg.
Ik kan er moeilijk mijn vinger op leggen, maar tijdens het lezen was ik heel aangenaam verrast door de richting die het verhaal nam. Een boek dat mij weet de verrassen heeft altijd een streepje voor. Moest ik het boek niet via Owlcrate hebben gekregen, zou ik het waarschijnlijk nooit hebben gelezen en dit zou jammer zijn geweest, want dit is een heel uniek, origineel en goed uitgewerkt verhaal.

Met zo’n buitengewoon en intrigerend verhaal had ik ook een bijpassend tempo verwacht, maar helaas is het boek hierin wat inconsequent. Sommige stukken kabbelen traag voort, om dan plots over te gaan in een stroomverstelling, om daarna weer stil te vallen. Er waren stukken waarbij ik me echt moest dwingen om door te lezen, maar het verhaal is het zeker waard.

Nog een minpuntje is het feit dat de personages weinig worden geïntroduceerd en dit zowel voor de hoofd- als nevenpersonages. Ik vermoed dat de auteur het niet echt nodig achtte de Brontës te introduceren, gezien ze historische figuren zijn, maar dit zorgde er bij mij wel voor dat ik weinig voeling of sympathie voor hen had. Het gebrek aan opbouw gaf ook een gevoel dat bepaalde gebeurtenissen nogal uit het niets kwamen.

Daarentegen waren er regelmatig momentjes waarbij een gevoel van herkenning bij mij werd opgeroepen, wanneer ik een dubbele bodem vond die verwees naar het werkelijke literaire werk van de zusjes. Als ik er zo eentje tegenkwam, kon ik niet anders dan glimlachen.
Helaas zag ik dat andere lezers dit boek vaak een lage beoordeling geven, omdat het een loopje neemt met de werkelijke levensgeschiedenis van deze historische figuren, maar dit vind ik toch wel een beetje ver gaan. Als je een historische fantasie ter hand neemt, mag je niet verwachten dat het volledig historisch accuraat gaat zijn. Tsktsk!

Worlds of Ink and Shadow was voor mij een bijzondere en buitengewone roman, een ode aan het escapisme van het lezen en schrijven, waarbij de auteur slim gebruik maakte van feiten om ze te verweven in een uniek en onverwacht verhaal. Eentje waarvoor ik wou dat ik halve sterretjes kon geven en dus eigenlijk 3,5 sterretjes verdient.

Emily Henry – The Love That Split the World ★★★

Nog eentje uit een voormalige Owlcrate en ook deze heeft me compleet verrast.

Natalie’s laatste zomer in haar kleine thuisstad begint magisch… totdat ze de verkeerde dingen begint te zien. Eerst zijn het slechts vluchtige dingen, zoals haar voordeur die ineens rood kleurt in plaats van zijn gebruikelijke groen, of het feit dat er opeens een kleuterschool zit waar anders het tuincentrum zit. Maar dan verdwijnt haar volledige stad gedurende een paar uren en maakt het plaats voor glooiende heuvels en grazende buffels, en beseft Nathalie dat er iets grondig fout zit.
En dan zijn er de bezoekjes van een mysterieuze verschijning die zichzelf Oma noemt. Die vertelt haar dat ze drie maanden heeft om hem te redden. De volgende avond ontmoet ze een mooie jongen genaamd Beau en het is alsof de tijd stil staat en er niks anders meer bestaat. Niks, behalve Nathalie en Beau.

Op het eerste zicht leek dit een standaard, dertien-in-een-dozijn YA liefdesverhaal, dus ik was niet meteen dolenthousiast om dit boek te lezen. Maar omdat ik toch graag de boeken die fysiek op mijn plank staan wil lezen, leek februari wel de geschikte maand voor een zeemzoeterig verhaaltje. Dat was mijn verwachting, maar ik had het toch een beetje mis.

Jawel, het is zeemzoeterig en het verhaal draait veelal rond de beproefde YA-troop van de instalove, maar dit verhaal heeft toch wel wat meer diepgang dan dat. Ik zou een analogie kunnen maken met een verhaallijn uit Doctor Who, maar ik ben bang dat ik dan te veel zou verklappen. Maar met de verwijzing naar Doctor Who kunnen jullie misschien al afleiden dat er toch wel wat wibbly, wobbly timey wimey stuff aan te pas komt.

En dat wibbly, wobbly timey wimey stuff was wat mij het meeste aantrok aan dit boek.
Het idee, het concept dat de auteur naar voor brengt, vind ik immens fascinerend. Helaas ging de meeste van haar energie naar het clichématige star-crossed-lovers aspect van het verhaal, waardoor het andere deel van het verhaal – het voor mij meest interessante deel – te snel werd afgehaspeld.
De onthullingen en uitleg kwamen er in veel te grote brokken tegelijk en kwamen zo plots in het verhaal waardoor ik het gevoel had dat ik plots in een cursusboek aan het lezen was. Heel jammer dit.

A Love that Split the World was voor mij een boek met een vreselijk interessante premisse, maar een jammerlijk gebrekkige uitvoering.

John Boyne – Noah Barleywater gaat ervandoor ★★★★

Dit boek kocht ik op één van mijn bezoekjes aan het boekenfestijn. Ik had de titel al een paar keer zien passeren op Goodreads en in hoofdzakelijk positieve blogrecensies. Daarom dacht ik er niet lang over na om het boek, voor de luttele euro’s die het kostte, in mijn winkelmandje te plaatsen.

In Noah Barleywater gaat ervandoor lopen we samen met Noah weg van huis. Hij vertrekt te voet, voor iemand wakker is, door het bos, via onbekende dorpjes. Noah blijft stappen tot hij aan een bijzondere winkel komt, een magische speelgoedwinkel van een excentrieke speelgoedmaker. Deze speelgoedmaker nodigt Noah naar binnen, biedt hem te eten aan en bovenal, vertelt Noah de avonturen van zijn jonge leven. Deze verhalen doen Noah nadenken over zijn eigen leven en keuzes, zo veel zelfs dat de verhalen van de speelgoedmaker voor altijd zijn leven zullen veranderen.

Dit boek is er eentje dat mij echt heeft verwonderd. Ik had geen idee wat ik er van moest verwachten en heb het dus gewoon over me heen laten komen. Het heeft me warm gemaakt, heeft me koud gemaakt, heeft met doen lachen en heeft me een klein beetje inwendig laten huilen.

Het verhaal is kinderlijk, zalig absurd en gevuld met heerlijke dwaasheden. Ik heb regelmatig zitten gniffelen bij flauwe mopjes en woordspelingen. Dingen zoals dit:

(…) ‘Het jong-zijn is een prijs op zich. Kijk, ik ben nu een oude man en mijn benen doen niet meer wat ik wil. Ik heb artritis in mijn rug. Ik ben blind aan een oor en doof aan een oog.’
‘Dat zeg je verkeerd om, papa,’ zei ik met mijn hoofd schuddend.
‘Nee, niet waar,’ benadrukte papa. ‘Niet waar, mijn jongen! Dat maakt het juist nog erger.'(…)

Zo flauw, zo absurd, zó onzinnig, maar daar hou ik wel van.

Maar wat op het eerst zicht lijkt op een oppervlakkig, kinderlijk avonturen-verhaal, krijgt gaandeweg een donkerder, realistischer randje. Te midden van het sprookjesachtige en het magisch realisme, werd mijn hart opeens een beetje gebroken wanneer ik de kern van het verhaal begon te vatten.

De personages zijn zowel nieuw als oude bekenden. Dat laatste wordt pas naar het einde van het verhaal duidelijk, wat voor mij het verhaal nog beter maakt. Wanneer ik begon te begrijpen over wie ik heb zitten lezen, maakte mijn hart een sprongetje van herkenning en kon ik niet anders dan verwonderd een paar keer met mijn ogen knipperen door de meesterlijke vertelstijl.

Noah Barleywater gaat ervandoor is een dromerig, meesterlijk verhaal met enorme diepgang. Ik werd naar een andere, magischere wereld getransporteerd. Een beetje Alice in Wonderland gemixt met Belle en het Beest. Een boek waar ik met heel veel warmte aan terugdenk.


Dit waren de drie, al bij al vrij goede boeken die ik in februari. Het leestempo kwakkelt weer een beetje, zoals bij het bloggen, maar door de aankomende lente lijkt de energie ook wel weer terug te komen. Maart zal geen al te goeie leesmaand worden, gezien we alweer voorbij de helft zijn, maar daar heb ik wel een verklaring voor. Wordt vervolgt 😉

Groetjes,
Charlotte