Workshop – Miss Pixie: Start to Bullet Journal

Afgelopen zaterdag volgde ik een workshop bij Stephanie van Miss Pixie’s Blog over Bullet Journalling.
Erm, watte?

Wat is een Bullet Journal

Bullet journaling is iets dat ik vooral leerde kennen via Pinterest en dan de blog van Miss Pixie. Het systeem intrigeerde me wel en ik keek naar de officiële video van bedenker Ryder Caroll.
Een bullet journal is eigenlijk een systeem om je beter te kunnen organiseren. Een soort kruising tussen een agenda en een dagboek, waarin je het verleden kan bijhouden, het heden kan organiseren en de toekomst kunt plannen. En voor dit alles heb je enkel pen en papier nodig.
Zoals gezegd, interesseerde het concept me wel. Ik ben iemand die altijd 101 blaadjes met lijstjes heb rondslingeren, waar ik dan de helft van verlies of vergeet. Maar ja, na het kijken van de eerder vermelde video en nog wat meet browsen op Pinterest deed ik er verder niks mee. Ik was precies wat overweldigd. Hoe begin je daar in godsnaam aan?
En dan zag ik dat Stephanie een workshop ging geven die net dat zou uitleggen. Ideaal!

De workshop van Miss Pixie

De workshop vond plaatst niet te ver van waar ik woon, dus kon ik lekker gemallelijk met de fiets. Toen ik voor de deur van het opggeven adres stond moest ik wel even lachen, want bleek dat het plaats vond bij oude bekenden! Kleine wereld en al. 😀
Het was een vrij intieme workshop met vier newbies, één iemand die er al even mee bezig was en lesgeefster Stephanie. Dit maakte de workshop extreem gezellig en laagdrempelig.

Eerst begon de praktische uitleg op basis van een kei overzichtelijke tekst – die je nu trouwens ook gratis ende voor niks op de blog van Miss Pixie kunt vinden – doorspekt met talrijke ervaringsvoorbeelden en ideeën. Tijdens de uitleg merkte je wel dat Stephanie toch een ietsiepietsie beetje nerveus was en ook nog wat zoekend is over hoe ze het best allemaal aan de man brengt. Er zijn ook zo veel mogelijkheden en ideeën waaruit gekozen kan worden. Desondanks slaagde Stephanie er toch probleemloos in om een gestructureerde en coherente uitleg te geven waar je meteen mee aan de slag kunt.

En dat deden we ook in het tweede deel van de workshop. Allé ja, ik maakte vooral een lijst van alle ideeën die ik wil gebruiken en me handig lijken.
En dan plots waren de 2,5 uur voor de workshop om! Voor mij mocht het gerust wat langer geduurd hebben, vooral omdat het zo gezellig was. Of misschien is een beter idee om een soort opvolgmoment te organiseren, om te zien waar iedereen staat, om vragen te stellen en ideeën uit te wisselen. Misschien een ideetje voor Stephanie 😉 ?

In conclusie, de Start to Bullet Journal workshop van Miss Pixie was een heel fijne, gezellige, super leerrijke workshop, die me de volle goesting en vooral alle nodige tools en kennis heeft gegegevn om mijn eigen bullet journal op te starten. Een aanrader voor iedereen die geïnteresseerd is in zijn eigen bullet journal, maar een beetje verloren loopt door de overmaat aan mogelijkheden.

En ik nu?

Ewel, ik ben er mee bezig, maar nog niet volledig mee begonnen. Tijd is hiervoor een belangrijke factor.
Ondertussen keek ik wel al talrijke YouTube video’s met tips, ideeën en mensen die hun eigen schriftje doorbladeren. Ook Pinterest werd al afgeschuimd voor ideeën. En telkens ik iets tegen kom die mij handig lijkt of een pagina-opmaak zie die precies is wat ik zoek, schrijf ik dat op.

Ondertussen kocht ik ook wat materiaal.
Als je wat rondkijkt op internet, dan zie je tal van keischone schriftjes met mensen met een fantastisch tekentaletent en honderduizend soorten pennen en stiften. Initiëel kan dit wat afschrikken, maar eigenlijk heb je voor de essentie niet veel nodig. Gewoon een schrift en een pen waarmee je graag schrijft.
En dat kocht ik ook bij de Action, dankzij een tip van Stephanie tijdens de workshop. Ik kocht een schriftje met een hardcover en een elastiek, wat balpennen met een zachte punt en stiftjes met een fijne punt. Dit is echt meer dan voldoende en zelfs misschien al te veel. Maar zo heb ik geen excuus meer 😉 .

Dus nu is het een kwestie van er mee te beginnen hé.
Ik moet zeggen dat het als perfectionist wat moeilijk is om er in te vliegen. Wat als ik iets verkeerd doe? Maar daar moet ik mij over zetten. Je kan gewoon niks verkeerd doen. Het is jouw schrift, jouw planner, punt andere lijn. Perfectionisme mag niet leiden tot uitstel! Dit moet mijn motto worden 😉

    

Het schrift dat ik kocht heeft ondertussen al een paar ingevulde pagina’s, zoals de index en het jaaroverzicht. Mijn bedoeling is om de opstart klaar te hebben zodat ik er vanaf 1 juni mee van start kan gaan. Die perfectionist in mij laat toch nog niet toe om dit midden in een maand te doen. Maar bon, het is al beter dan te willen beginnen aan het begin van een jaar, niet? 😉
Wordt hoogstwaarschijnlijk wel eens vervolgd!

Wil je ook eens deelnemen aan zo’n workshop van Miss Pixie? Kijk dan even op haar blog naar volgende data of mail haar gewoon!

Groetjes,
Charlotte

Voor ik er in vlieg

Bon, genoeg getwijfeld!
Ik blijf hier maar wol accumuleren, maar als ik het dan wil gaan gebruiken waarvoor ik het kocht, slaat het twijfelmonster weer toe.
Laatst had ik het over het geplande fluo-oranje truitje. Ik weet welke wol ik ga gebruiken en ik weet wat ik ongeveer wil maken, een kort truitje met knoopjes, voor op dat jurkje. Maar ik twijfel, twijfel, twijfel nog over welk patroon.
Nu hak ik de knoop echter door. Ik ga toch voor de Miette van Andi Satterlund en ik zie wel hoe het uitdraait. Kan ik het niet op dat jurkje dragen, dan vind ik er wel een andere bestemming voor. En ondertussen doe ik weer brei-ervaring op.

   

Oef, nu dat dit beslist is, is het tijd om concreet te worden: Welke maat ga ik breien en met welke naalden?

Zoals jullie konden lezen in een vorig bericht en in mijn uitleg over proeflapjes, is die beslissing niet altijd zo evident om te maken. Het één heeft met het ander te maken en vooraleer ik dan ook kan beginnen met breien, dien ik een aantal zaken uit te dokteren.

Het eerste wat ik altijd doe, en dit is voor de Miette niet anders, is het patroon even diagonaal doorlezen en de belangrijkste informatie over maten en steekverhouding verzamelen.
Het belangrijkste wat ik uit het Miette patroon haalde is:

  1. De gewenste steekverhouding is 16 steken op 22 rijen voor 4inches of 10cm² in tricotsteek en naald 5mm
  2. Het patroon is opgemaakt met 2 inches negative ease
  3. Het patroon is beschikbaar voor borstomtrek 34, 38 en 42 inches

Laat mij nu even verder inzoomen op elk van die lijnen info:

(1) Steekverhouding: 16st x 22r = 4″ in tricotsteek en naald 5mm

Het eerste puntje is vrij eenvoudig te begrijpen. Dit legde ik eerder al uit in mijn bericht over proeflapjes.

In mijn geval wil ik de Miette opnieuw met Stylecraft Special DK breien, waarvoor ik al een aantal proeflapjes kant en klaar heb liggen.

Breinaald: 4mm 5mm 5,5mm
4″ = 10cm² = 21st x 31r 19st x 27r 18st x 25r

Zoals je kunt zien bekom ik met geen enkele naald de gewenste 16 steken op 10cm (=4″).
Naald 5,5mm zit er het dichtst bij, maar wijkt wel nog steeds 0,2st/cm af en zoals je eerder al kon lezen, kan dit al nefaste gevolgen hebben voor de bekomen maat.

Ik kon er nu voor gekozen hebben om nog meer proeflapjes te breien met nog grotere breinaalden, maar ik moet wel rekening houden met de bekomen textuur van de gebreide stof en of ik die nog mooi vind voor een truitje.
Bij het proeflapje met 5,5mm vond ik de stof al redelijk losjes gebreid, met heel veel stretch. Daarenboven wordt op het label van de wol breinaalden tot 4mm aangeraden. Met mijn 5,5mm zit ik al 3 maten daarboven.
Eigenlijk maakt dat laatste niet zoveel uit, zolang je nog tevreden bent over de gebreide structuur. Persoonlijk vind ik de textuur bij de 5,5mm wel goed zo en daarom heb ik besoten om niet nog hoger te gaan en proberen met die naald of eentje kleiner te breien. Maar welke breinaald het dan gaat worden kan ik nog niet beslissen vooraleer ik ook de andere informatie begrijp.

(2) Het patroon is opgemaakt met 2 inches negative ease

Dit is een nieuw begrip voor mij ease. Ik heb hiervoor wat opzoekwerk moeten doen en dit is wat ik heb geleerd.

Wat betekent “ease” en hoe kan die positief of negatief zijn?

Ik heb nog niet gevonden hoe ease in deze context correct in het Nederlands gezegd worden, maar ik zal het hier de stretch noemen, want dat is het eigenlijk min of meer. Ease is de mate van rekbaarheid of stretch van een stof. Breiwerk is meestal vrij rekbaar en bij het maken van een kledingstuk kan je daar mee spelen om iets te krijgen dat op het lijf gegoten lijkt.

Ease of strecth kan negatief, positief of onbestaande zijn:

  • negative ease of negatieve stretch betekent dat het afgewerkte kledingstuk in zijn rustvorm kleiner zal zijn dan de pasvorm. Het zal strak zitten en wat rekken wanneer je het aan doet.
    Negatieve stretch is dus iets wat vaak voorkomt bij breiwerk of andere rekbare stoffen, zoals lycra of panty’s. In rustvorm zien die laatste er altijd bijzonder klein uit, maar uiteindelijk passen die wel mooi rond je benen.
  • zero ease of zonder stretch betekent dat het afgewerkte kledingstuk exact de afmetingen van de pasvorm heeft. Het zal de juiste maat zijn, zonder uitgerekt te worden bij het dragen.
    Bij het dragen van katoenen kleding denk ik niet dat dit vrij comfortabel zal zijn, want er zal quasi geen bewegingsruimte zijn, gezien het kledingstuk niet meer kan rekken. Bij rekbare stoffen daarentegen is dit wel nog een optie.
  • positive ease of positieve stretch zal groter zijn dan de pasvorm. Hoe groter de positieve stretch, hoe losser het kledingstuk wordt.
    Denk maar aan losse comfortabele truien en broeken waar je helemaal in weg kunt kruipen.

Dit patroon geeft aan dat het gemodelleerd is met 2 inches negative ease. Dit betekent dus dat het afgewerkte kledingstuk in rust 2 inches of 5cm kleiner gaat zijn dan de gewenste pasvorm. Dus wanneer het truitje een borstomtrek van 85cm heeft, zal die wel nog iemand met een borstomtrek van 90cm passen, gezien er nog voldoende rek op zit.

Oké, maar nu weet ik nog altijd niet welke maat ik moet breien. Hiervoor heb ik nog een derde stukje informatie.

(3) Het patroon is beschikbaar voor borstomtrek 34, 38 en 42 inches

Letterlijk staat het zo in het patroon:

Sizes: 34 (38, 42) in finished bust sizes. Pattern is modelled with 2″ negative ease.
Maten: 34 (38, 42) in afgewerkte borstomtrek. Het patroon is gemodelleerd met 2″ negatieve stretch.

Dit in combinatie met die ease deed me wel even in de haren krabben, want ik begreep niet helemaal hoe ease dan in relatie stond met de opgegeven maten. Is het:

  1. Wanneer het patroon verwijst naar maat 34″, wordt het werkelijke kledingstuk dan 32″ in rustvorm, passend voor een borstomtrek van 34″ bij het uitrekken; of
  2. Als het patroon verwijst naar maat 34″, is dit de omtrek van het kledingstuk in rust en het zal het nog 2 inches kunnen rekken en dus een 36″ borstomtrek passen?

Ik heb hier een hele tijd over zitten twijfelen, maar besloot uiteindelijk om de vraag op Ravelry te stellen in de groep van Andi Satterlund. Ik kreeg al vrij snel antwoord en het bleek dat optie 2 de juiste was.
Met andere woorden, de trui kan gebreid worden voor borstomtrek 36, 40 of 44 inches, maar het eigenlijke kledingstuk zal 2 inches smaller zijn, dus 34, 38 of 42 inches.

Bon, oké, nu heb ik denk ik alle informatie om mijn ideale truitje te breien. Tijd om te berekenen welke maat ik ga breien en met welke breinaald.

Maat en breinaald kiezen

Hier gaan we weer met de wiskunde en regel van drie! Ik had twee kantjes van een A5’je nodig om tot mijn conclusie te komen.

     

Hier mijn denkproces:

  • Mijn stekenproef komt niet overeen met de gevraagde steekverhouding:
    Miette Ik
    4″ = 16st x 22r (5mm) 4″ = 18st x 25r (5,5mm)
    1″ = 4st x 5,5r 1″ = 4,5st x 6,25r
  • Patroon is geschreven in 2″ negative ease, dus in rust is het bijvoorbeeld 32″ en uitgerokken 34″
  • Mijn borstomtrek is 35″
  • Voor de stekenproef van 4st/inch uit het patroon, heb ik zoveel steken nodig rond de borst:
    Maat Berekende steken Steken in patroon net voor body
    34″ (34 * 4) = 136st 135st
    38″ (38 * 4) = 152st 153st
    42″ (42 * 4) = 168st 169st
    Conclusie: Berekening klopt! 🙂
  • Voor mijn steekverhouding van 4,5st/inch geeft dit dan:
    Maat Berekende steken
    34″ (34 * 4,5) = 153st
    38″ (38 * 4,5) = 171st
    42″ (42 * 4,5) = 189st
    Conclusie: Als ik met deze steekverhouding mijn maat van 35″ borstomtrek wil maken, dan maak ik ofwel het patroon voor 38″, wat dan 34″ (153 steken) zal geven. OF ik maak patroon voor 42″ wat dan 37″ (168/4,5) gaat geven
  • 35″ x 4,5st/inch = 157,5 steken
  • Alternatief met naald 5mm had ik een steekverhouding van 4,75st/inch, dus 35″ x 4,75st/inch = 166,25 steken. Ik kan dus ook maat 42 met naald 5mm maken.
  • BESLISSING: Ik maak maatje 38″ met Stylecraft Special DK in naald 5,5mm

Dubbel controleren van de beslissing:
Ik heb een borstomtrek van 35″, dus een kledingstuk met 2 inches negatieve stretch moet dus eigenlijk 33″ meten in rust.
Voor de Miette kan ik kiezen vanaf 34″, wat dus bedoeld is voor een borstomtrek vanaf 36″. Ik brei dus voor mezelf best een Miette in maat 34″ waarbij ik voor mijn borstomtrek van 35 inches dan slechts 1″ negatieve strecth ga hebben.

Volgens mijn proeflapje gebreid met 5,5mm, heb ik een steekverhouding van 4,5st/inch.
Dus 33″ borstomtrek zou 148,5 steken moeten tellen. Het aantal steken in het patroon voor de uitgeschreven maten is:

Maten patroon: 34″ 38″ 42″
# steken patroon: 135 153 169
Verschil met mijn gewenste # van 148,5 steken: -13,5 +4,5 +20,5
Verschil in inches (/4,5): 3″ kleiner 1″ groter 4,6″ groter

Conclusie:
Brei het patroon voor 38″ met 5,5mm naald, wat dan 153 steken rond de borst zal geven, wat gelijk zal zijn aan (153/4,5) 34″ omtrek. Dit is 1″ groter dan de gewenste 33″ bij 2″ negatieve stretch, maar zal nog altijd vormpassend zijn door de 1″ overblijvende negatieve stretch.

Phewie, voilà, ik hoop dat jullie een beetje hebben kunnen volgen. Het was in ieder geval een goeie oefening voor mij een een goed naslagwerk voor de toekomst.
Nu kan ik er met een gerust hart aan beginnen 😉

Groetjes,
Charlotte

Het belang van proeflapjes breien

Gelijk welk breipatroon je ter hand neemt, één van de eerste stukken informatie die gedeeld wordt is de beoogde stekenverhouding en die kan je bepalen door een proeflapje te maken. Als je Engelse patronen breit, dan heet dit de gauge swatch.

Ik heb het er al even over gehad toen ik meer uitleg gaf bij het breien van het goudkleurige truitje. Proeflapjes breien is iets waar ik echt het nut wel van in zie, vooral bij kledingstukken. Als je stekenverhouding niet klopt, dan kan je na veel breien opeens met een keldingstuk zitten dat veel te groot of veel te klein is.
Dus ja, ik snap dat dit een belangrijk gegeven is, maar dat neemt niet weg dat ik het toch een vervelend karwei blijf vinden. Vooral als het kriebelt om er gewoon direct in te vliegen. Daarom ben ik eigenlijk al een tijdje bezig een mapje aan het aanleggen met reeds gebreide proeflapjes voor de wolsoorten die ik het meeste gebruik.

Het bevat proeflapjes die ik breide naar aanleiding van een specifiek patroon, maar ook proeflapjes die ik zomaar breide, met restjes wol, omdat ik er anders niks meer mee kon aanvangen.
De proeflapjes werden eerst gewassen en plat gedroogd, waarna ik mat hoeveel steken en rijen er zitten in 10cm². Deze informatie schreef ik op een briefje, samen met de naam van de wol en de naald waarmee ik breide, en dat briefje stak ik bij het proeflapje. Daarnaast hou ik ook nog een Excel-tabel bij met dezelfde informatie.

Voor iemand iets zegt, ja, ik weet dat het normaal de bedoeling is dat je een proeflapje effectief breit in het garen – dezelfde kleur en hetzelfde lotnummer – waarmee je het kledingstuk gaat breien. Maar kom, ik geloof niet echt dat er zo extreem veel verschil op gaat zitten. Van de wolsoorten die ik gebruik heb ik nog nooit echt veel variatie in de draad ondervonden bij het breien. Natuurlijk ga ik dat altijd eerst eens nagaan vooraleer ik blindelings op een reeds gebreid proeflapje vertrouw. Het is kwestie van afwegen hé.

Mijn mapje met proeflapjes bevat alleen maar proeflapjes gebreid in tricotsteek (i.e. afwisselend een naald recht en een naald averecht). Als je een patroon met kabels, ajourwerk of een andere fanatsiesteek wenst te maken, dan gaat het proeflapje er waarschijnlijk anders uit zien.
Opnieuw, het is een kwestie van afwegen en het lezen van de informatie in je patroon.

Ben je zelf nog niet helemaal overtuigt van het belang van proeflapjes? Misschien kan ik dit voorbeeld je van gedacht doen veranderen.

Het belang van de juiste steekverhouding, een voorbeeld

Stel, je wilt een truitje breien en het door jou gekozen patroon komt in volgende standaardmaten:

Maat: 34 36 38 40 42 44 46
Borstomtrek: 80cm 84cm 88cm 92cm 96cm 100cm 104cm

Jouw borstomtrek is 90cm en je hebt dus meestal confectiemaat 38 of 40, naargelang het type trui. Voor dit patroon kan je dus kiezen tussen een maatje 38 of 40 met respectievelijke borstomtrek van 88 of 92 cm.

Daarnaast geeft het patroon nog een stekenverhouding van 18 steken voor 10cm mee.
Je hebt al verschillende proeflapjes gebreid, met verschillende soorten wol en verschillende breinaaldmaten, maar het dichtste dat je bij de juiste verhouding komt is 20 steken voor 10 cm.

Welke maat ga je dan breien, die die net iets te klein is of die die net iets te groot is?

Het patroon Jouw uitkomst
Borstomtrek: 88 of 92 cm 90 cm
Stekenproef: 10cm = 18 steken 10cm = 20 steken
Stekenproef omgerekend 1cm = 1,8 steken 1cm = 2 steken

Stel nu, je besluit om de kleinere maat te breien, met het idee dat breiwerk toch een beetje stretcht en het truitje best wel mooi mag aansluiten. Je gaat dus de kleinere maat breien, terwijl ook je stekenproef niet helemaal klopt. Maar ja, het scheelt echt niet veel. Als je de stekenproef herberekend naar 1cm, dan lijkt het verschil echt niet groot. Wat maken die 0,2 steken nu? Dat is twee keer niks, dus daar zal het wel niet op aankomen. Of toch?

Volgens het patroon heb je dus een verhouding van 18 steken nodig voor elke 10cm. Dit betekent dat het patroon voor maatje 88cm, waarschijnlijk 158 steken (88*1,8) zal tellen ter hoogte van de borst.
Als je deze maat nu gaat breien met de foutieve steekverhouding van 20 steken/10cm – en je dus ook 158 steken gaat breien ter hoogte van de borst – dan gaan die 158 steken eigenlijk maar 79cm meten. Dat is 9 cm kleiner dan de gewenste maat!

Het patroon Jouw uitkomst
Borstomtrek X aantal steken = 88cm X 1,8steken/cm = ± 158 steken
158 steken = 88cm 79cm
Verschil: 9cm te klein!

Oké, oké, simpel, dan brei je wel de grotere maat!
Deze meet 92cm rond te borst en zal dus ongeveer 166 steken tellen (92*1,8) in het patroon. Met jouw bekomen steekverhouding van 2steken/cm zal dit dan een borstomtrek van 83cm geven.
Owla, we zitten er nog steeds 7cm naast!

Het patroon Jouw uitkomst
Borstomtrek X aantal steken = 92cm X 1,8steken/cm = ± 166 steken
158 steken = 92cm 83cm
Verschil: 7cm te klein!

Oei, en wat nu?
Je kan nu op dezelfde manier maar omgekeerd gaan berekenen hoeveel steken je nodig gaat hebben om zo dicht mogelijk bij je borstomtrek van 90cm te komen met jouw stekenproef.
Een borstomtrek van 90cm met een stekenproef van 2steken/cm geeft 180 steken.
Deze 180 steken moet je nu herberekenen naar de stekenproef uit het patroon, namelijk 1,8steken/cm. Dit geeft 100cm. De maat uit het patroon waar een borstomtrek van 100cm wordt geleverd is 44!

Het patroon Jouw uitkomst
Borstomtrek X aantal steken = 90cm X 2steken/cm = 180 steken
180 steken = 100cm
Maat: 44 zal een borstomtrek van 90cm geven!

Dus ook al ben je normaal eigenlijk een maatje 38 of 40, dit moet je even naast je neerleggen bij het breien.
Om in dit voorbeeld je borstomtrek van 90cm te bekomen, wat volgens confectiematen ergens tussen maat 38 of 40 ligt, ga je hier toch een maat 44 moeten gaan breien! Zotjes, hé?

Voilà, ik hoop dat ik je heb kunnen overtuigen van het belang van proeflapjes en het bekomen van de juiste steekverhouding! Zelfs een klein verschil van 0,2 steken per cm kan op het einde van de rit een groot verschil uitmaken in het kledingstuk!
En nog, voor diegene die het nog niet wisten: bij breien kan je niet om de regel van 3 😉

Groetjes,
Charlotte