Pasen in Athene
Het is alweer een eeuwigheid geleden sinds ik nog eens een echte persoonlijke blogpost schreef (of gelijk welke blogpost, tout court). Niet dat ik niks te vertellen had, maar de fut om alles neer te typen is de laatste tijd een beetje zoek. En hoe langer ik wacht en uitstel, hoe groter de denkbeeldige drempel om opnieuw te schrijven precies wordt.
Maar goed, laat ons daar niet te lang in blijven hangen, want ondertussen ligt mijn citytrip naar Athene ook alweer bijna twee maanden achter mij, en die verdient toch echt nog een plekje op de blog.
Zoals gezegd is het al eventjes achter de rug, maar tijdens de paasvakantie trok ik eindelijk naar Athene.
Eindelijk is hier wel het juiste woord, want vorig jaar stond dezelfde citytrip ook al gepland, tot stakingen op het allerlaatste moment roet in het eten gooiden. We maakten toen nog een heel fijne alternatieve reis, maar Athene bleef toch lonken.
Deze paasvakantie waagden we dus opnieuw onze kans. En, *spoiler alert*, deze keer geraakten we wel zonder problemen op onze bestemming en ook weer thuis. Zeus en de andere Griekse weergoden waren ons daarbij duidelijk ook nog eens beter gezind dan voorspeld, want waar de weerapps eerst nog grijze wolken en regen beloofden, kregen wij uiteindelijk vijf dagen zon, aangenaam dragelijke temperaturen en een stad die ons wist in te pakken.
Ik moet wel zeggen dat ik deze keer een pak minder voorbereid was dan vorig jaar. Toen kende ik het stadsplan bijna uit mijn hoofd en had ik lijstjes gemaakt met wat ik allemaal wou bezoeken en wanneer. Nu bleef ergens toch het idee hangen dat er opnieuw iets mis zou lopen, waardoor ik mezelf precies niet volledig toeliet om enthousiast te worden. Buiten twee vooraf geboekte uitstappen gingen we dus grotendeels gewoon ter plekke beslissen wat we wilden doen. En uiteindelijk pakte dit ook heel goed uit.
Onze eerste echte kennismaking met Athene begon meteen goed, met een gegidste tour naar de Akropolis en het bijhorende museum. En ja, het is heel toeristisch, maar wij waren er op een goed moment want de hoeveelheid volk viel reuzegoed mee. En ja, het is ook wel zo’n plek die je met je eigen ogen gezien moet hebben, om er een goed beeld van te hebben.
De klim naar boven voelde een beetje als wandelen door een geschiedenisboek en we waren eigenlijk echt blij dat we dit met een gids deden en niet op eigen houtje, want de plakkaten alleen waren onvoldoende om echt te begrijpen waar we doorheen liepen. Overal waar je keek stonden resten van tempels, zuilen en eeuwenoude stenen die al zoveel generaties hebben overleefd. En de laatste klim doorheen de zuilengang, waarna je plots het eerste volledige zicht op het Parthenon krijgt, vond ik toch wel indrukwekkend.
Ook het museum vond ik zeker de moeite waard om te doen. Heel modern opgezet, maar tegelijk met een enorm respect voor alles wat daar tentoongesteld wordt. Het gaf toch net wat meer context aan alles wat we boven op de heuvel hadden gezien. Ik vond het vooral heel leuk hoe het museum eigenlijk een soort replica van het Parthenon bevatte, waarbij elk teruggevonden stuk op zijn oorspronkelijke plaats werd weergegeven.
Daarna, en ook tijdens de dagen die volgden, wandelden we vaak gewoon wat rond om de sfeer goed op te snuiven.
Slenteren door de straatjes van Plaka, bijvoorbeeld, met de kleurrijke huizen, bloemen en kleine winkeltjes waar overal de geur van oranjebloesem hing. Om dan plots weer op een eeuwenoude site te stoten.
Zoals bijvoorbeeld de Agora van Athene en de tempel van Hephaistos, die indrukwekkend goed bewaard is gebleven. Daar rondlopen, tussen de olijfbomen en oude ruïnes, had iets heel rustgevends. Zeker in vergelijking met de drukte van de straten errond.
Ook de Bibliotheek van Hadrianus namen we mee, waar we ook eventjes in een natuurdocumentaire terecht kwamen met schildpadden in de hoofdrol.
Er was ook een korte stop in de kathedraal van Athene, waar volop vieringen bezig waren voor Orthodox Pasen. De massa volk die stond aan te schuiven om het met bloemen versierde Epitafios te groeten (en te kussen) was toch speciaal ook om te zien als ongelovige buitenstaander.
Maar het was niet allemaal geschiedenis en serieusheid, maar we deden ook een beetje gek met smoothies en dessert bij Little Kook in de wijk Psyrri. Een compleet over-the-top café waar letterlijk alles versierd is alsof Wonderland en een sprookjesbos samen een kind kregen. Lichtjes, decorstukken, verklede medewerkers… compleet absurd, maar tegelijk ook gewoon heel grappig om eens mee te maken.
Eén van de dagen trokken we ook buiten Athene voor een daguitstap naar Delphi. Als liefhebber van Griekse mythologie keek ik daar toch erg naar uit.
Delphi wordt in mijn hoofd automatisch geassocieerd met het beroemde orakel van Apollo, met voorspellingen die het lot van koningen en helden mee bepaalden, en uiteraard ook met de tragedie van Oedipus. Het idee dat mensen eeuwen geleden van overal in Griekenland naar deze bergflank trokken om raad te vragen aan de goden, dat spreekt toch enorm tot de verbeelding.
Wat ik voordien eigenlijk minder wist, was dat Delphi niet alleen verbonden was aan Apollo, maar ook sterk aan Dionysos. Volgens de mythen verliet Apollo tijdens de wintermaanden het heiligdom, waarna Dionysos het tijdelijk overnam. Een god van wijn, extase en feestelijkheden die de donkere maanden kwam opvullen terwijl Apollo afwezig was, haha, ergens toch wel een fantastisch beeld.
Daarnaast beschouwden de oude Grieken Delphi ook als het middelpunt van de wereld. Volgens de mythe liet Zeus twee adelaars vanuit tegenovergestelde uiteinden van de aarde vliegen, en waar ze elkaar kruisten, lag het centrum van de wereld: Delphi. Dat werd gesymboliseerd door de beroemde omphalos, de “navelsteen”. Ik blijf het toch bijzonder vinden hoe mythologie, religie en dagelijkse realiteit daar zo volledig met elkaar verweven waren.
Ook los van die verhalen was de site zelf gewoon prachtig. De ruïnes liggen tegen de flank van de berg opgebouwd, waardoor je tijdens het wandelen constant zicht hebt op valleien en bergen rondom je. Alleen al daarvoor is het de moeite.
Het bijhorende archeologisch museum vond ik ook wel een aanrader. Daar was het wel merkbaar drukker, met meerdere toerbussen die ongeveer tegelijk werden binnengelaten, maar gelukkig was er alsnog genoeg ruimte om alles rustig te bekijken. Vooral de Sfinx van Naxos en de beroemde Wagenmenner van Delphi maakten indruk. Zo’n beelden die je al honderd keer op foto hebt gezien, maar die in het echt plots veel groter, gedetailleerder en indrukwekkender blijken te zijn.
Op één van onze overige dagen in Athene reserveerden we ook tijd voor het beklimmen van de Lycabettus, de hoogste heuvel van Athene. Bovenaan word je getrakteerd op een 360° panorama over Athene, met de Akropolis die normaal trots boven de stad uitsteekt, maar van daarboven plots klein en bijna nietig lijkt, met de zee in de verte als decor.
Tussen al het sightseeing door werd er uiteraard ook heel regelmatig gewoon gezellig een terrasje gedaan en lekker gegeten en gedronken. Gelukkig werden al die calorieën gecompenseerd door het grote aantal stappen die we elke dag wandelden.
Athene was echt een heel fijne locatie voor een citytrip. Een stad vol geschiedenis, mythologie en ruïnes, maar ook levendig, modern, warm en gezellig. En misschien was het uiteindelijk net goed dat ik deze keer minder voorbereid was. Minder plannen betekende ook meer ruimte om gewoon rond te dwalen en te genieten van het moment.

Groetjes,
Charlotte
2 Comments
Mie
Ha! Komt goed van pas! We gaan in oktober naar Athene! Bedankt voor de tips!
Charlotte
Oh fijn! Veel plezier! 😀