Gelezen in december

Ook in december werd niet zo veel gelezen. De leesdip bleek hardnekkig, maar ik las uiteindelijk toch een serieuze pil in het fantasy-genre en luisterde eindelijk naar het laatste hoofdstuk van een klassieker.


De naam van de wind – Patrick Rothfuss ★★★★

Deze fantasieserie van Patrick Rothfuss stond al een tijdje op mijn radar. Waarom ik nu net dit boek koos om te lezen na Sapiens weet ik ook niet echt. Het was er gewoon en ik ben erin begonnen. Dit was trouwens niet de eerste keer dat ik in het boek begon. Een tijdje terug begon ik in de Engelstalige versie, maar kon er toen mijn aandacht niet bij houden en legde hem aan de kant. Deze keer, in het Nederlands, was een groter succes.

In De naam van de wind maken we kennis met Kvothe, een legendarische held die nu, om één of andere reden, herbergier is geworden. De wildste verhalen doen over hem de ronde en een kroniekschrijver is er serieus op gebrand om het echt verhaal van Kvothe los te peuteren. Kvothe stemt in en begint met het vertellen van zijn levensverhaal. In dit eerste deel van wat een trilogie moet worden vertelt Kvothe over zijn jeugd tot zijn jaren aan de universiteit.

Wanneer ik een fantasieboek begin te lezen, heb ik eerst redelijk wat tijd nodig om erin te komen, omdat het een poosje duurt om de wereld in mijn geestesoog op te bouwen, om te herinneren wie al die personages zijn. Daarom dat zo’n boeken vaak een valse start kennen bij mij. Soms ben ik gewoon niet in de stemming om te veel te moeten nadenken of onthouden.
Bij dit boek was dit niet anders, met één valse start bij de Engelstalige versie, maar eenmaal ik die eerste paar hoofdstukken had gelezen zat ik al helemaal in het verhaal. Vanaf dan was het eigenlijk moeilijk om het boek neer te leggen. Boeiend, meeslepend, beeldend, spannend, ontroerend, grappig, al dit en meer komt bij me op wanneer ik dit verhaal wil omschrijven.

De schrijfstijl is heel toegankelijk en houdt de aandacht vast. Mijn ogen vlogen over de zinnen en werden eigenlijk weinig gehinderd door de soms onbekende termen die zo inherent zijn aan echt fantasy.
Het is trouwens behoorlijk indrukwekkend hoe doordacht die nieuwe fantasiewereld is. Van verschillende landen, nationaliteit en talen naar munteenheden, gebruiken en cultuur tot de verschillende soorten vakken aan de universiteit zoals alchemie, medicijnen, ambachten en – natuurlijk – magie. Zo veel detail, waar we telkens maar een glimpje van zien om het verhaal niet te pauzeren, maar die wel aangeven hoe goed de auteur over alles heeft nagedacht.

En dan dat verhaal! Kvothe is echt een innemend personage en ook al heeft hij vrij veel last van het ik-kan-alles-en-ben-dan-ook-nog-eens-toevallig-de-beste-erin syndroom wat vaak bij dergelijke hoofdpersonages voorkomt, het stoort absoluut niet. Integendeel zelfs. Als er dan eens iets een beetje fout loopt, was ik zelfs ontgoocheld en verontwaardigd, wat dan weer illustreert hoe hard ik met alles mee leefde!

De naam van de wind, het eerste deel uit de Kronieken van Kvothe, is een indrukwekkend begin van een episch verhaal. Een beetje atypisch, maar dat maakt het nu net zo goed. Een aanrader voor al wie van fantasy houdt. Ik zit ondertussen al diep in het tweede deel!

The three musketeers – Alexandre Dumas ★★★

Begin 2017 had ik mij voorgenomen om nog eens wat meer klassiekers te lezen. Ik had net het einde gezien van de BBC reeks The musketeers en besloot dat ik mij eens wou verdiepen in het bronverhaal.

Wie heeft nu nog niet over de musketiers gehoord? Athos, Portos, Aramis en d’Artagnan zijn de protagonisten uit dit bekende verhaal en hun kreet ‘één voor allen, allen voor één’ is wereldberoemd.

Jullie vragen jullie misschien af waarom ik schrijf over begin 2017, terwijl ik aangeef dat ik dit boek in december heb gelezen? Ewel, dat komt omdat ik het een eerste keer “las” in januari 2017, maar het eigenlijk pas als echt gelezen beschouw in december. Ik verklaar mij nader.

In januari had ik dus besloten om de drie musketeers te lezen, maar in plaats van echt lezen, koos ik om het via audioboek te doen. Op Spotify vond ik de versie van TalkingClassics.
Nu, Talking Classics maakt verkorte audioboeken van klassiekers en dat wist ik ook toen ik er aan begon, maar in het geval van de drie musketiers vond ik het wel een extreem korte versie. Dit was op zich nu niet zo erg, want ik kende eigenlijk al de grote lijnen van het verhaal en kende ook de achtergrond van de vier hoofdpersonages, maar toch knaagde het aan me. Daarom besloot ik om de niet ingekorte versie van het verhaal ook als audioboek te luisteren, deze keer via LibriVox. En dit luisteren nam uiteindelijk bijna heel 2017 in beslag.

Uiteraard luisterde ik maar sporadisch, wanneer ik goesting had.
Het ding met Librivox is dat het verhaal wordt ingelezen door vrijwilligers van overal ter wereld. En zo komt het dat bijna elk hoofdstuk door een andere lezer werd gelezen, met een ander accent, eentje die wel of geen stemmen deed, die intoneerde of net niet, etc. Dit zorgde er voor dat het overschakelen tussen hoofdstukken voor mij zo onnatuurlijk leek, dat ik besloot maar één hoofdstuk per keer te luisteren en als je weet dat het boek meer dan 60 hoofdstukken telt, dan was ik wel even zoet zo.

Nu ik de volledige tekst heb geluisterd, in het Engels, wat misschien een beetje vreemd is gezien de originele tekst in het Frans is, maar dat was het enige wat ik kon vinden en ik weet trouwens niet of ik er voldoende van begrepen zou hebben in het Frans. Dus, nu ik de volledige tekst heb beluisterd, moet ik wel zeggen dat ik de verkorte versie van TalkingClassics eigenlijk wel goed genoeg vind. Het verkort het verhaal sterk, maar het condenseert het naar het essentiële. De volledige tekst is nogal zwaar, langdradig en omfloers op plaatsen. Typisch Frans zeker 😉

Uiteindelijk heb ik graag geluisterd naar de drie musketiers. Het zal geen favoriet worden, maar ik ben blij dat ik nu weet wat al de films en series over dit thema uit het boek halen en wat ze er bij verzinnen.

Naailes module ‘blouse’

Dit schooljaar heb ik op de blog nog geen enkele keer over de naailes gepraat. De enige vermelding dat ik nog naailes ging volgen in 2017-2018 dateert al van deze zomer, wanneer ik terloops aangaf dat ik me had ingeschreven voor de module ‘blouse-jurk’ in de lokale avondschool.

Dus, inderdaad, vanaf september volg ik opnieuw naailes, waarbij deze keer de focus ligt op technieken nodig bij het maken van blouses en jurkjes. Deze keer heb ik ook een andere lerares, die me als lesgeefster toch beter ligt dan de vorige, omdat ze meer aandacht heeft voor mijn waarom-vragen en die ook steeds begrijpelijk weet te beantwoorden.
Ik heb ook het gevoel dat ik in deze zogezegd gevorderde cursus al meer over de basis van het naaien heb geleerd, dan dat ik leerde bij de eigenlijk basiscursus. Zo werd een les aandacht besteed aan alle benamingen van lijnen en punten op een patroon, wat toch cruciaal is als je de instructies in het naaipatroon wil begrijpen. Ook leerden we hoe we een patroon konden aanpassen aan een grotere, kleinere of tussenliggende maat.
Daarom ook dat ik na dit eerste semester eigenlijk al een veel beter gevoel heb bij de naailes dan voorheen. Het is niet altijd met de volle goesting dat ik naar de les ben gegaan, maar dit zal ook wel deels aan het door mij gekozen project hebben gelegen, waar ik quasi het ganse eerste semester aan heb gewerkt. Jawel, je leest het goed, bijna 4 maanden heb ik aan één enkel stuk gewerkt. Ik heb het mezelf dus weer moeilijk gemaakt. Het is een talent gelijk een ander, hé 😉

Het eerste project voor dit schooljaar moest, zoals de naam van de module aangeeft, een blouse worden.
Hiervoor kregen we wat boekjes te zien en werd ons gevraagd een idee te vormen van wat voor blouse we wilden maken. Ieder van ons ging dus weer haar eigen project mogen kiezen, maar anders dan vorig jaar, werd het project wel voor iedereen op dezelfde manier opgestart.
We werden elk opgemeten en op basis van die maten kregen we een standaard patroon voor een corsage (= lijfje, korset)naar de dichtst bijliggende confectiemaat. Daarna moesten we dit patroon aanpassen naar onze werkelijke maten. Dit werd dan ons persoonlijke basispatroon voor elk corsage-stuk dat we in de toekomst wensten te maken. Zelf ben ik blijkbaar heel standaard, want het confectiepatroon moest voor mij op geen enkele plaats worden aangepast.

Daarna werd het tijd om het standaardpatroon opnieuw aan te passen naar de blouse die we wilden maken.
Sommigen kozen voor een hemdjurk, twee vliegen in één klap zo. Anderen gingen voor een los topje, zonder knopen, maar met een opengewerkte rug waar een contraststofje door kwam piepen. En ik, ik bracht een bloesje mee uit mijn kleerkast, eentje dat ik graag draag.

   

Natuurlijk had ik bij het kiezen van dit bloesje totaal niet stil gestaan bij de verschillende elementen. Ik vond het gewoon een schoon, uniek bloesje, waar ik er gerust een tweede van wou hebben.
Toen ik, met de hulp van de juf, het bijhorende patroon begon te tekenen, begon stilletjes aan mijn frank te vallen. Dit ging niet van de poes zijn, met die stukjes en plooitjes en padjes. Maar de lerares was vol overtuiging dat dit ging lukken en als het af was ging het schitterend zijn. Dus nadat het patroon getekend, geknipt en geplakt was, bracht ik een soepel stofje mee en begon aan het echt werk.

Ik kan je wel zeggen dat het me letterlijk bloed, zweet en tranen heeft gekost. Meer dan eens heb ik de neiging om alles gewoon tegen de muur te gooien moeten onderdrukken. Ik had het gevoel dat ik totaal niet opschoot. Uren ben ik bezig geweest met het naaien van plooitjes. Plooitjes voor de schouderstukken, plooitjes voor de halslijn, plooitjes voor de rug. Zoveel plooitjes dat ze mijn strot uitkwamen. En als je een perfectionist bent als ik was het vaak wel frustrerend als het er schots en scheef uit zag. Gelukkig kon de lerares me verschillende keren behoeden van het uithalen van een schijnbaar scheef plooitje. Een beetje strijken met veel stoom toonde dikwijls aan dat het helemaal niet zo scheef was, maar alleen zo leek.

Het padje naaien voor de halsopening was ook niet eenvoudig en ik heb dikwijls gevloekt en gezucht. Uiteindelijk koos ik voor valse knopen. Het voorbeeldbloesje heeft echte knopen, die dan nog eens verstopt zitten. Maar ik was al lang genoeg bezig en de knopen zouden toch nooit worden open gedaan. Dus deze werden gewoon op het einde door beide lagen vast genaaid.


En dan, eindelijk, twee weken voor de kerstvakantie legde ik de laatste hand aan mijn blouse. Tot dan toe mijn eerste en enige project van het schooljaar, terwijl mijn medestudenten al zeker 2 of zelfs al 3 of 4 projecten hadden afgewerkt.
Maar kijk, gezien mijn lage ervaringsniveau, de moeilijkheidsgraad van het project en het feit dat ik toch een aantal lessen heb moeten missen, vind ik het resultaat dik ok. Sterker nog, ook al was het een serieuze test in doorzettingsvermogen en geduld, ik ben enorm blij en trots op mijn bloesje!

Groetjes,
Charlotte

Gelezen in november

Sinds september kampte ik met een leesdip en ook al las ik toch wel een paar goeie boeken de volgende weken, ik hervond maar niet mijn goesting om te lezen. Ik had het erover met mijn broer, dat ik niet wist waaraan het lag, en hij stelde voor dat ik eens iets helemaal anders moest lezen, een non-fictie bijvoorbeeld. En deze non-fictie werd dan ook het enige boek dat ik in november las.

Yuval Noah Harari – Sapiens: A Brief History of Humankind ★★★

Hij stond al een tijdje in mijn boekenkast, deze Sapiens, geleend van de broer, maar ik was er nog niet toe gekomen. Maar door de leesdip en de suggestie van mijn broer om deze proberen tegen te gaan, besloot ik dat het hoog tijd werd om mijn tanden te zetten in dit felbejubelde boek.

Honderdduizend jaar geleden waren er wel zes verschillende menssoorten. Nu is er maar één soort over, en dat zijn wij. Homo sapiens. Hoe komt het dat alleen wij zijn overgebleven? Hoe kwamen onze voorvaderen op het idee om steden en zelfs koninkrijken te stichten? Waarom gingen we in goden geloven, maar ook in natiestaten, en in bedrijven. Waarom vertrouwen we op geld, boeken en wetten? En hoe zal onze wereld er in de toekomst uitzien?
In Sapiens neemt Yuval Noah Harari ons mee op een reis door de geschiedenis van de mensheid. Wie zijn we? Waar komen we vandaan? En hoe zijn we geworden wie we nu zijn?

Het boek begon razend goed, met heel interessante uiteenzettingen over de geschiedenis van de mens met een uiterst leesbare tekst en toffe slagzinnen. Hierbij werden verwijzingen naar populaire literatuur niet geschuwd. Zo worden namen uit Harry Potter gebruikt wanneer de auteur een thesis wil illustreren met een fictief voorbeeld, of gebruik hij een gekend citaat uit Alice in Wonderland om een stelling te bekrachtigen.

“It’s relatively easy to agree that only Homo sapiens can speak about things that don’t really exist, and believe six impossible things before breakfast. You could never convince a monkey to give you a banana by promising him limitless bananas after death in monkey heaven.”

Op momenten was de tekst zelfs bijzonder grappig. De auteur hanteert een soort sarcastische humor, dat bijzonder goed aanslaat bij mij.

“The evidence is circumstantial, but it’s hard to imagine that Sapiens, just by coincidence, arrived in Australia at the precise point that all these animals were dropping dead of the chills.”

Vanaf ongeveer halverwege het boek echter, begon mijn aandacht wat te verslappen. De auteur wil te veel in het boek steken en springt daarbij een beetje van de hak op de tak.
We beginnen bij de evolutietheorie en hoe Sapiens nog als enige hominide over bleef. We gaan door naar het ontstaan van godsdiensten, gemeenschappen, koninkrijken en imperia. En tot slotte wordt ook nog ingegaan op specialisatie, het ontstaan van handel en geld, tot heuse economieën en het kapitalisme. Tussendoor weert de auteur ook de onderwerpen filosofie, psychologie en sociologie niet, en hierbij vergeet ik er waarschijnlijk nog een paar.

“Due to their close cooperation with science, these empires wielded so much power and changed the world to such an extent that perhaps they cannot be simply labelled as good or evil. They created the world as we know it, including the ideologies we use in order to judge them.”

Sapiens is echt een allegaartje aan specialisatievelden die allemaal samen inderdaad kunnen voldoen aan de ondertitel van dit boek een kleine geschiedenis van de mensheid met een superdikke nadruk op de kleine.
Wat eigenlijk ook nog ontbreekt in die titel is eenzijdig, subjectief en speculatief, want veel vloeit voort uit de auteurs eigen ideeën en gedachtesprongen, waardoor je het allesbehalve als objectief en feitelijk kan beschouwen.

“Domesticated chickens and cattle may well be an evolutionary success story, but they are also among the most miserable creatures that ever lived.”

Desondanks het vaak nogal subjectief is en via één type bril wordt bekeken terwijl alle andere aspecten even worden vergeten, maakt de auteur toch dikwijls valabele punten, die hij schoon en begrijpbaar kan overbrengen. Je moet wel kritisch lezen en bepaalde zaken met een serieuze korrel zout nemen. Zo zou je haast kunnen gaan geloven dat de auteur niet zo opgezet is met het succes van onze soort en dat hij pleit naar een terugkeer naar ons jager-verzamelaar bestaan, waar het leven zoveel eenvoudiger was en we zo veel gelukkiger waren.

“Hunter-gatherers spent their time in more stimulating and varied ways, and were less in danger of starvation and disease. The Agricultural Revolution certainly enlarged the sum total of food at the disposal of humankind, but the extra food did not translate into a better diet or more leisure. Rather, it translated into population explosions and pampered elites. The average farmer worked harder than the average forager, and got a worse diet in return. The Agricultural Revolution was history’s biggest fraud.”

Ik begrijp wel welk punt hij wil maken. De verschillende revoluties die Sapiens heeft ondergaan, zoals de agrarische en de industriële, zijn de reden waarom onze soort zo succesvol is, maar het heeft vaak ook wel een negatieve impact gehad op het individu. Het voortbestaan en de voorspoed van een soort, betekenen niet automatisch het goeie leven voor elk van zijn individuen.

“This is the essence of the Agricultural Revolution: the ability to keep more people alive under worse conditions.”

Maar de manier waarop de auteur het bracht, met al zijn grootspraak en sarcasme, zou je bijna doen geloven dat hij een immense haat heeft voor de mensheid en hoopt op zijn ondergang.
Dit kan misschien komen door de andere kant van dat sarcasme, als je het te vaak gebruikt – ook al maakt het je tekst luchtiger en grappiger – weet men op een bepaald moment niet meer of je nu de spot ermee drijft of serieus bent.

“The romantic contrast between modern industry that “destroys nature” and our ancestors who “lived in harmony with nature” is groundless. Long before the Industrial Revolution, Homo sapiens held the record among all organisms for driving the most plant and animal species to their extinctions. We have the dubious distinction of being the deadliest species in the annals of life.”

In conclusie voor mij, Sapiens is een vermakelijke vogelvlucht doorheen de menselijke geschiedenis, dat ongeveer halverwege een beetje van zijn schwung verliest door de veelheid aan onderwerpen die de auteur wil aansnijden. Algemeen is het boek aan het oppervlak luchtig en grappig, maar een diepere kijk onthullen een duistere onderliggende boodschap en een voorafschaduwing naar onze mogelijke toekomst. Die laatste wordt hoogstwaarschijnlijk verder toegelicht in de auteur’s tweede boek Homo Deus, waar ik toch wel een beetje nieuwsgierig naar ben.