Voor ik er in vlieg

Bon, genoeg getwijfeld!
Ik blijf hier maar wol accumuleren, maar als ik het dan wil gaan gebruiken waarvoor ik het kocht, slaat het twijfelmonster weer toe.
Laatst had ik het over het geplande fluo-oranje truitje. Ik weet welke wol ik ga gebruiken en ik weet wat ik ongeveer wil maken, een kort truitje met knoopjes, voor op dat jurkje. Maar ik twijfel, twijfel, twijfel nog over welk patroon.
Nu hak ik de knoop echter door. Ik ga toch voor de Miette van Andi Satterlund en ik zie wel hoe het uitdraait. Kan ik het niet op dat jurkje dragen, dan vind ik er wel een andere bestemming voor. En ondertussen doe ik weer brei-ervaring op.

   

Oef, nu dat dit beslist is, is het tijd om concreet te worden: Welke maat ga ik breien en met welke naalden?

Zoals jullie konden lezen in een vorig bericht en in mijn uitleg over proeflapjes, is die beslissing niet altijd zo evident om te maken. Het één heeft met het ander te maken en vooraleer ik dan ook kan beginnen met breien, dien ik een aantal zaken uit te dokteren.

Het eerste wat ik altijd doe, en dit is voor de Miette niet anders, is het patroon even diagonaal doorlezen en de belangrijkste informatie over maten en steekverhouding verzamelen.
Het belangrijkste wat ik uit het Miette patroon haalde is:

  1. De gewenste steekverhouding is 16 steken op 22 rijen voor 4inches of 10cm² in tricotsteek en naald 5mm
  2. Het patroon is opgemaakt met 2 inches negative ease
  3. Het patroon is beschikbaar voor borstomtrek 34, 38 en 42 inches

Laat mij nu even verder inzoomen op elk van die lijnen info:

(1) Steekverhouding: 16st x 22r = 4″ in tricotsteek en naald 5mm

Het eerste puntje is vrij eenvoudig te begrijpen. Dit legde ik eerder al uit in mijn bericht over proeflapjes.

In mijn geval wil ik de Miette opnieuw met Stylecraft Special DK breien, waarvoor ik al een aantal proeflapjes kant en klaar heb liggen.

Breinaald: 4mm 5mm 5,5mm
4″ = 10cm² = 21st x 31r 19st x 27r 18st x 25r

Zoals je kunt zien bekom ik met geen enkele naald de gewenste 16 steken op 10cm (=4″).
Naald 5,5mm zit er het dichtst bij, maar wijkt wel nog steeds 0,2st/cm af en zoals je eerder al kon lezen, kan dit al nefaste gevolgen hebben voor de bekomen maat.

Ik kon er nu voor gekozen hebben om nog meer proeflapjes te breien met nog grotere breinaalden, maar ik moet wel rekening houden met de bekomen textuur van de gebreide stof en of ik die nog mooi vind voor een truitje.
Bij het proeflapje met 5,5mm vond ik de stof al redelijk losjes gebreid, met heel veel stretch. Daarenboven wordt op het label van de wol breinaalden tot 4mm aangeraden. Met mijn 5,5mm zit ik al 3 maten daarboven.
Eigenlijk maakt dat laatste niet zoveel uit, zolang je nog tevreden bent over de gebreide structuur. Persoonlijk vind ik de textuur bij de 5,5mm wel goed zo en daarom heb ik besoten om niet nog hoger te gaan en proberen met die naald of eentje kleiner te breien. Maar welke breinaald het dan gaat worden kan ik nog niet beslissen vooraleer ik ook de andere informatie begrijp.

(2) Het patroon is opgemaakt met 2 inches negative ease

Dit is een nieuw begrip voor mij ease. Ik heb hiervoor wat opzoekwerk moeten doen en dit is wat ik heb geleerd.

Wat betekent “ease” en hoe kan die positief of negatief zijn?

Ik heb nog niet gevonden hoe ease in deze context correct in het Nederlands gezegd worden, maar ik zal het hier de stretch noemen, want dat is het eigenlijk min of meer. Ease is de mate van rekbaarheid of stretch van een stof. Breiwerk is meestal vrij rekbaar en bij het maken van een kledingstuk kan je daar mee spelen om iets te krijgen dat op het lijf gegoten lijkt.

Ease of strecth kan negatief, positief of onbestaande zijn:

  • negative ease of negatieve stretch betekent dat het afgewerkte kledingstuk in zijn rustvorm kleiner zal zijn dan de pasvorm. Het zal strak zitten en wat rekken wanneer je het aan doet.
    Negatieve stretch is dus iets wat vaak voorkomt bij breiwerk of andere rekbare stoffen, zoals lycra of panty’s. In rustvorm zien die laatste er altijd bijzonder klein uit, maar uiteindelijk passen die wel mooi rond je benen.
  • zero ease of zonder stretch betekent dat het afgewerkte kledingstuk exact de afmetingen van de pasvorm heeft. Het zal de juiste maat zijn, zonder uitgerekt te worden bij het dragen.
    Bij het dragen van katoenen kleding denk ik niet dat dit vrij comfortabel zal zijn, want er zal quasi geen bewegingsruimte zijn, gezien het kledingstuk niet meer kan rekken. Bij rekbare stoffen daarentegen is dit wel nog een optie.
  • positive ease of positieve stretch zal groter zijn dan de pasvorm. Hoe groter de positieve stretch, hoe losser het kledingstuk wordt.
    Denk maar aan losse comfortabele truien en broeken waar je helemaal in weg kunt kruipen.

Dit patroon geeft aan dat het gemodelleerd is met 2 inches negative ease. Dit betekent dus dat het afgewerkte kledingstuk in rust 2 inches of 5cm kleiner gaat zijn dan de gewenste pasvorm. Dus wanneer het truitje een borstomtrek van 85cm heeft, zal die wel nog iemand met een borstomtrek van 90cm passen, gezien er nog voldoende rek op zit.

Oké, maar nu weet ik nog altijd niet welke maat ik moet breien. Hiervoor heb ik nog een derde stukje informatie.

(3) Het patroon is beschikbaar voor borstomtrek 34, 38 en 42 inches

Letterlijk staat het zo in het patroon:

Sizes: 34 (38, 42) in finished bust sizes. Pattern is modelled with 2″ negative ease.
Maten: 34 (38, 42) in afgewerkte borstomtrek. Het patroon is gemodelleerd met 2″ negatieve stretch.

Dit in combinatie met die ease deed me wel even in de haren krabben, want ik begreep niet helemaal hoe ease dan in relatie stond met de opgegeven maten. Is het:

  1. Wanneer het patroon verwijst naar maat 34″, wordt het werkelijke kledingstuk dan 32″ in rustvorm, passend voor een borstomtrek van 34″ bij het uitrekken; of
  2. Als het patroon verwijst naar maat 34″, is dit de omtrek van het kledingstuk in rust en het zal het nog 2 inches kunnen rekken en dus een 36″ borstomtrek passen?

Ik heb hier een hele tijd over zitten twijfelen, maar besloot uiteindelijk om de vraag op Ravelry te stellen in de groep van Andi Satterlund. Ik kreeg al vrij snel antwoord en het bleek dat optie 2 de juiste was.
Met andere woorden, de trui kan gebreid worden voor borstomtrek 36, 40 of 44 inches, maar het eigenlijke kledingstuk zal 2 inches smaller zijn, dus 34, 38 of 42 inches.

Bon, oké, nu heb ik denk ik alle informatie om mijn ideale truitje te breien. Tijd om te berekenen welke maat ik ga breien en met welke breinaald.

Maat en breinaald kiezen

Hier gaan we weer met de wiskunde en regel van drie! Ik had twee kantjes van een A5’je nodig om tot mijn conclusie te komen.

     

Hier mijn denkproces:

  • Mijn stekenproef komt niet overeen met de gevraagde steekverhouding:
    Miette Ik
    4″ = 16st x 22r (5mm) 4″ = 18st x 25r (5,5mm)
    1″ = 4st x 5,5r 1″ = 4,5st x 6,25r
  • Patroon is geschreven in 2″ negative ease, dus in rust is het bijvoorbeeld 32″ en uitgerokken 34″
  • Mijn borstomtrek is 35″
  • Voor de stekenproef van 4st/inch uit het patroon, heb ik zoveel steken nodig rond de borst:
    Maat Berekende steken Steken in patroon net voor body
    34″ (34 * 4) = 136st 135st
    38″ (38 * 4) = 152st 153st
    42″ (42 * 4) = 168st 169st
    Conclusie: Berekening klopt! 🙂
  • Voor mijn steekverhouding van 4,5st/inch geeft dit dan:
    Maat Berekende steken
    34″ (34 * 4,5) = 153st
    38″ (38 * 4,5) = 171st
    42″ (42 * 4,5) = 189st
    Conclusie: Als ik met deze steekverhouding mijn maat van 35″ borstomtrek wil maken, dan maak ik ofwel het patroon voor 38″, wat dan 34″ (153 steken) zal geven. OF ik maak patroon voor 42″ wat dan 37″ (168/4,5) gaat geven
  • 35″ x 4,5st/inch = 157,5 steken
  • Alternatief met naald 5mm had ik een steekverhouding van 4,75st/inch, dus 35″ x 4,75st/inch = 166,25 steken. Ik kan dus ook maat 42 met naald 5mm maken.
  • BESLISSING: Ik maak maatje 38″ met Stylecraft Special DK in naald 5,5mm

Dubbel controleren van de beslissing:
Ik heb een borstomtrek van 35″, dus een kledingstuk met 2 inches negatieve stretch moet dus eigenlijk 33″ meten in rust.
Voor de Miette kan ik kiezen vanaf 34″, wat dus bedoeld is voor een borstomtrek vanaf 36″. Ik brei dus voor mezelf best een Miette in maat 34″ waarbij ik voor mijn borstomtrek van 35 inches dan slechts 1″ negatieve strecth ga hebben.

Volgens mijn proeflapje gebreid met 5,5mm, heb ik een steekverhouding van 4,5st/inch.
Dus 33″ borstomtrek zou 148,5 steken moeten tellen. Het aantal steken in het patroon voor de uitgeschreven maten is:

Maten patroon: 34″ 38″ 42″
# steken patroon: 135 153 169
Verschil met mijn gewenste # van 148,5 steken: -13,5 +4,5 +20,5
Verschil in inches (/4,5): 3″ kleiner 1″ groter 4,6″ groter

Conclusie:
Brei het patroon voor 38″ met 5,5mm naald, wat dan 153 steken rond de borst zal geven, wat gelijk zal zijn aan (153/4,5) 34″ omtrek. Dit is 1″ groter dan de gewenste 33″ bij 2″ negatieve stretch, maar zal nog altijd vormpassend zijn door de 1″ overblijvende negatieve stretch.

Phewie, voilà, ik hoop dat jullie een beetje hebben kunnen volgen. Het was in ieder geval een goeie oefening voor mij een een goed naslagwerk voor de toekomst.
Nu kan ik er met een gerust hart aan beginnen 😉

Groetjes,
Charlotte

5 gedachten over “Voor ik er in vlieg

  1. ingridw57

    Khad er nog nooit van gehoord. Bedankt voor de uitleg en uw rekenvoorbeeld.
    Succes met de praktijk

    Reageren
  2. Loes

    Hallo Charlotte,

    Voor zover ik weet is toegift de gangbare vertaling voor ease, ook bij niet-rekbare kledingstukken.

    Veel succes met breien! 🙂
    Groetjes,
    Loes

    Reageren
  3. Jude

    Fijn! Dit truitje staat al jaren op mijn verlanglijstje en het snappen van dit soort brei begrippen ook. Veel dank!

    Reageren

Geef een reactie